De Kostverlorenvaart
In 1413 wordt besloten om het kanaal De Kostverlorenvaart te graven. Zo ontstaat een waterweg tussen Amsterdam en steden als Leiden en Gouda. Tegenwoordig vormt het de grens tussen de stadsdelen Amsterdam Oud West en De Baarsjes.
De Kostverlorenvaart in Amsterdam West is de verbinding tussen dhet IJ en de Schinkel. Sinds het einde van de negentiende eeuw wordt de verbinding met het IJ gevormd door de Singelgracht, Kattensloot en het Westerkanaal.
De geschiedenis van de Kostverlorenvaart
De Kostverlorenvaart werd in de 15e eeuw gegraven om de afwatering van het Hoogheemraadschap van Rijnland op het IJ te verbeteren. Omdat hierdoor een ongewenste open verbinding met het buitenwater ontstond werd de vaart afgedamd.Het Hoogheemraadschap Rijnland was continue op zoek naar afwateringsmogelijkheden voor nieuw ontgonnen land. Toen Graaf Willem VI in 1413 toestemming verleende om vanaf De Schinkel en De Nieuwe Meer een wetering met spuisluizen naar het IJ te graven protesteerde de Amsterdammers hevig. Er bestond namelijk het gevaar dat een vijand in die roerige tijden via die sluizende stad onder water kon zetten. Amsterdam sloot dan ook de wetering af en ondanks een proces van Rijnland bleef de wetering dicht. Omdat daardoor de wetering en de sluizen onbruikbaar werden, was dit verspilling van geld ofwel verloren kost. Vandaar ook de naam Kostverloren te verklaren.
Toen de stad Amsterdam enige tientallen jaren later vanaf de Singelgracht een vaart groef langs de Heiligeweg (de Heiligewegse Vaart) naar de Kostverlorenvaart, en er daarmee een open scheepvaartverbinding ontstond tussen Amsterdam en het Haarlemmermeer en verder naar Leiden, kwam de stad Haarlem hiertegen in het geweer, omdat de grafelijke tolrechten op het verplichte scheepvaartverkeer door het Spaarne hiermee omzeild dreigden te worden. In 1434 sloegen de Haarlemmers palen in de Schinkel om zo de doorvaart te verhinderen. Op last van de graaf van Holland werd vervolgens een afdamming gemaakt tussende Schinkel en de Kostverlorenvaart .
Om toch nog klein scheepvaartverkeer tussen het Haarlemmermeer en Amsterdam mogelijk te maken werd op de dam een overhaal ('overtoom') gelegd. De buurt hieromheen werd dus de Overtoomse Buurt met de Overtoom.
Toen na de omwenteling van 1795 de oude tolrechten vervielen, kon de dam in 1808 door een schutsluis worden vervangen. In 1940 kwam ter vervanging hiervan de Schinkelsluis, even ten noorden van de Nieuwe Meer, in gebruik. Sindsdien gaan Kostverlorenvaart en Schinkel gewoon in elkaar over ter hoogte van de brug naar het Surinameplein.
Tussen de 17e en 19e eeuw stonden er veel (zaag)molens langs de Kostverlorenvaart. Hiervan is er nu nog één overgebleven, Molen De Otter. Ook waren er veel andere industriële activiteiten waarvoor in de toenmalige stad geen plaats (meer) was. Veel hiervan verdween in de 20e eeuw toen de vaart geheel binnen de stad kwam te liggen.
De Kostverlorenvaart wordt nog steeds gebruikt voor goederenvervoer over het water, een functie die de stadsgrachten verloren hebben. Ook veel plezierjachten maken gebruik van deze verbinding tussen de Ringvaart van de Haarlemmermeer en het IJ, die een onderdeel van de Staande Mastroute vormt.
Over de vaarroute Schinkel – Kostverlorenvaart – Kattensloot – Singelgracht – Westerkanaal ligt een groot aantal beweegbare bruggen: Ringweg Zuid (A10), Zeilbrug, Fietsbrug Vondelpark, Overtoomse Sluis, Kinkerbrug, Wiegbrug, Beltbrug, Brug Kostverlorenstraat, Kattenslootbrug, Willemsbrug, Spoorbrug Singelgracht en brug bij de Van Diemenstraat.
Tot 1921 vormde de Kostverlorenvaart over een groot deel van zijn lengte de oostelijke gemeentegrens van Sloten enerzijds en Nieuwer Amstel en Amsterdam anderzijds.
Op onze website gebruiken we foto's die reeds op internet circuleren. Mocht u zichzelf als de intellectueel eigenaar van een afbeelding beschouwen en bezwaar maken tegen het gebruik van een afbeelding, neemt u dan gerust contact op met ons kantoor. Wij zullen de afbeelding dan in overleg met u vervangen of een correcte bronvermelding plaatsen.